Instellingen

18


Heel de gemeente, als ze zien
   de donderstemmen, de bliksemschichten,

de stem van de ramshoorn
en de rokende berg;
als de gemeente dat ziet, wankelen ze
en gaan ver weg staan.

19


Ze zeggen tot Mozes:

spreek jij met ons en we zullen horen;
laat niet God met ons spreken,
   anders zullen we sterven!

20


Mozes zegt tot de gemeente:

vreest niet,
want
met het doel u te beproeven
is God gekomen;
en met het doel
dat er vreze voor hem zal wezen
   op uw aanschijn,
   zodat ge niet zondigt!

21


De gemeente blijft van verre staan;

Mozes is de mistdonkerte in getreden
waarin God is.

22


Dan zegt de Ene tot Mozes:

zó zul je zeggen tot de zonen Israëls:
zelf hebt ge gezien
dat ik vanuit de hemelen
met u heb gesproken;

23


níets zult ge maken naast mij;

goden van zilver en goden van goud
zult ge u níet maken;

24


een offerplaats van –rode– grond

zul je voor mij maken,
en offeren zul je daarop
je opgangsgaven en je vredesgaven,
je wolvee en je rundvee;
in elk oord waar ik mijn naam doe gedenken
zal ik dan tot je komen en je zegenen;