Instellingen

12


wie een man zó slaat dat hij sterft,
   zal de dood sterven;

13


maar wie er niet op loerde,

maar God liet het zo komen voor zijn hand:
ik zal een plaats voor je bepalen
waarheen hij kan vluchten;
••

14


maar stel,
   een man is zó kokend tegen zijn naaste
   dat hij hem uit de weg ruimt met een list:

zelfs van mijn altaar
zul je hem meenemen om te sterven;
••

15


wie zijn vader of zijn moeder neerslaat,
   zal de dood sterven;

••

16


wie een man steelt en hem verkoopt
   en hij wordt in zijn hand aangetroffen,
   zal de dood sterven;

••

17


wie zijn vader en zijn moeder vervloekt
   zal de dood sterven;

••

18


en stel, er zijn mannen aan het bekvechten

en daar slaat een man zijn naaste
met een steen of met de vuist,
en hij sterft niet maar valt te bed:

19


als hij opstaat

en kan rondlopen, buiten,
   leunend op zijn stok,
   dan blijft hij die geslagen heeft
   vrij van straf;

alleen moet hij hem zijn rust geven
en hem helemaal laten genezen!-
••

20


en stel, een man slaat zijn dienaar,
   of zijn dienstmaagd, met de staf

en die is onder zijn hand gestorven,-
met wraak zal hij worden gewroken;

21


echter als hij een dag
   of een paar dagen standhoudt,

wordt hij niet gewroken,
want zijn eigen geld is hij;
••

22


en stel, mannen zitten elkaar in de haren

en raken een zwangere vrouw
   zodat haar borelingen uittrekken

maar er geschiedt haar
   geen dódelijk ongeluk,-

met een boete wordt hij beboet
zoals de meester van de vrouw hem oplegt,
en hij geeft het
via scheidsrechters;

23


maar als er een dodelijk ongeluk geschiedt

dan geef je een ziel voor een ziel;

24


een oog voor een oog

een tand voor een tand;
een hand voor een hand
een voet voor een voet;

25


een blaar voor een blaar

en een wond voor een wond;
een striem
voor een striem;
••

26


en stel,
   een man slaat het oog van zijn dienaar

of het oog van zijn dienstmaagd,
   en hij heeft het vernield:

als vrij man zal hij hem heenzenden,
   voor zijn oog;

••

27


en als hij een tand van

zijn dienaar of een tand van
   zijn dienstmaagd laat vallen:

als vrij man zal hij hem heenzenden,
   voor zijn tand;