Instellingen

10


Zes jaren zul je je land bezaaien,

en wat het opbrengt inzamelen;

11


het zevende

laat je het liggen en laat je het begaan:
eten zullen de armen van mijn gemeente,
en wat zij overlaten
zal worden gegeten
   door het wild op het veld;

zo zul je ook doen
   met je wijngaard en je olijf.

12


Een zestal dagen doe je wat je moet doen,

op de zevende dag houd je sabbat,
opdat kan rusten:
je os en je ezel
en bezieling vindt: de zoon van je dienstmaagd,
   en de zwerver-te-gast.