Instellingen

1


Tot Mozes heeft hij gezegd:

klim op tot de Ene,
jij en Aäron, Nadav en Avihoe
en zeventig van Israëls oudsten;
jullie zullen je neerbuigen van verre;

2


dan zal alleen Mozes
   nadertreden tot de Ene,

zíj zullen niet nadertreden;
en de gemeente:
zij zullen niet mét hem opklimmen!

3


Mozes komt aan

en vertelt de gemeente
   alle woorden van de Ene

en alle rechtsregels;
heel de gemeente antwoordt eenstemmig,-
   ze zeggen:

al de woorden die de Ene heeft gesproken
   zullen we doen!

4


Dan schrijft Mozes ze op,

alle woorden van de Ene;
in de ochtend recht hij zijn schouders
en bouwt een altaar onderaan de berg,
en twaalf keer een standsteen
voor de twaalf stammen van Israël.

5


Hij zendt

de jongeren van Israëls zonen uit,
en die doen opgangsgaven opgaan
en offeren
vredesoffers aan de Ene,
   varren.

6


Dan neemt Mozes de helft van het bloed

en doet dat in de bakken;
de helft van het bloed
heeft hij over het altaar gespat.

7


Hij neemt de boekrol van het verbond

en leest die voor de oren van de gemeente;
zij zeggen:
al wat de Ene heeft gesproken
   zullen we doen
   en willen we horen!

8


Mozes neemt het bloed

en spat het over de gemeente;
hij zegt:
ziehier het bloed van het verbond dat
   de Ene met u heeft gesmeed

bij al deze woorden!

9


Dan klimt Mozes op, met Aäron,

Nadav en Avihoe,
en zeventig van Israëls oudsten.

10


Zij zien

Israëls God;
onder zijn voeten:
iets gemaakt als plaveisel van saffier,
als het gebeente van de hemel zo helder.

11


Naar de edelen van Israëls zonen

heeft hij zijn hand niet uitgestrekt;
zij aanschouwen God
en mogen eten en drinken.
••

12


De Ene zegt tot Mozes:

klim op tot mij, de berg op, en wees daar;
dan geef ik je de platen van steen,
het onderricht en het gebod
dat ik heb opgeschreven
   om hen te onderrichten!

13


Mozes staat op,

en ook Jozua, zijn helper,
en Mozes klimt op naar de berg van God.

14


Tot de oudsten heeft hij gezegd:
   zetelt u voor ons hier

totdat wij tot u terugkeren;
ziehier, Aäron en Choer zijn bij u;
wie overmeesterd wordt door zaken
   kan nadertreden tot hen!

15


Mozes klimt op naar de berg;

de wolk overdekt de berg.

16


Nu woont de glorie van de Ene
   op de berg Sinaï

en overdekt de wolk hem,
   zes dagen lang;

op de zevende dag roept hij
   Mozes toe vanuit de wolk.

17


Te zien is geweest de glorie van de Ene

als een verterend vuur
   op de top van de berg,-

voor de ogen van de zonen Israëls.

18


Mozes komt in de wolk
   en klimt de berg op;

Mozes is op de berg
veertigmaal een dag
en veertigmaal een nacht.