Instellingen

1


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

2


spreek tot de zonen Israëls

dat ze voor mij een heffing zullen nemen;
van alleman wiens hart hem aandrijft
zult ge deze heffing-voor-mij aannemen.

3


En dit is de heffing

die ge van hen zult aannemen:
goud, zilver, koperbrons;

4


azuurslak, purper, scharlaken karmozijnworm,
   doek, geitenhaar,

5


bloedrode ramsvellen, dassenvellen,
   acaciastammen,

6


olijfolie voor de verlichting;

balsems voor de zalvingsolie
en voor de kruidenwierook;

7


berilstenen

en opvulstenen,-
voor de efod en het borstschild.

8


Maken zullen zij voor mij een heiligdom:

wonen zal ik in hun midden;

9


naar al

wat ik jou te zien geef:
de uitbeelding van de Woning en
de uitbeelding van alle voorwerpen daarin,
zo zullen jullie het maken.
••