Instellingen

31


Maken zul je een voorhangsel

van azuur, purper,
   scharlaken karmozijn en getwijnd doek;

als maaksel van een kunstenaar
   zul je het maken, met cheroeviem.

32


Plaatsgeven zul je het

op vier masten van acacia’s,
overtrokken met goud,
hun krammen van goud,-
op vier sokkels van zilver.

33


Plaatsgeven zul je het voorhangsel

onderaan de haken,
en doen komen zul je daarin,
   aan de binnenkant van de voorhang,

de ark met de overeenkomst;
het voorhangsel
   zal voor jullie scheiding maken

tussen het heilige
en het heilige der heiligen.

34


Plaatsgeven zul je het verzoendeksel

op de ark met de overeenkomst,
in het heilige der heiligen.

35


De tafel zul je zetten
   aan de buitenkant van het voorhangsel,

en de kandelaar recht tegenover de tafel,
op de zijde van de Woning naar het zuiden;
de tafel
geef je plaats op de zijde
   van het noorden.

36


Een huif zul je maken
   voor de ingang van de tent,

van azuur, purper,
   scharlaken karmozijn en getwijnd doek:

maaksel van een meerkleurenwever.

37


Maken zul je voor de huif

vijf masten van acacia’s
en die overtrekken met goud,
hun krammen van goud;
gieten zul je voor hen
vijf sokkels van koper.
••