Instellingen

1


Mozes

is herder geworden
   over het wolvee van Jitro,
   zijn schoonvader, priester van Midjan;

hij drijft het wolvee tot achter de woestijn
en komt aan bij de berg van God,
   op Horeb aan.

2


Dan laat zich aan hem zien:
   de engel van de Ene
   in een vuurvlam
   uit het midden van de Sinaïdoorn;

hij ziet het aan:
ziedaar, de Sinaïdoorn gloeit in het vuur
en de Sinaïdoorn wordt niet verteerd!

3


Dan zegt Mozes:

ik móet van mijn weg afwijken,-
ik ga het zien, dit grootse gezicht:
wáárom verbrandt hij niet, de Sinaïdoorn?

4


Dan ziet de Ene
   dat hij van zijn weg is afgeweken
   om het te zien;

God roept tot hem
   uit het midden van de Sinaïdoorn

en zegt: Mozes!, Mozes!,
   en die zegt: hier ben ik!

5


Hij zegt: nader niet hierheen;

trek je schoenen van je voeten
want de plaats
waarop jij nu staat,-
heilige –rode– grond is dat!

6


En hij zegt:

ik ben de God van je vader,
God van Abraham,
   God van Isaak en God van Jakob!

Mozes verbergt zijn aanschijn,
want hij is bevreesd
om te kijken naar God!