Instellingen

10


Dan zegt hij:

hier ben ik,
ik smeed een verbond;
tegenover heel je gemeente
   zal ik wonderen doen

zoals nog niet geschapen zijn
   op heel de aarde
   en bij welke van de volkeren ook;

zien zal heel de gemeente
   in welks kring jij bent
   het doen van de Ene,-
   dat het vreeswekkend is

wat ik samen met jou ga doen;

11


bewaak jij

wat ik je heden gebied;
zie, ik zal verdrijven van je aanschijn
de Amoriet, de Kanaäniet,
de Chitiet, de Periziet,
de Chiviet en de Jeboesiet;

12


wees waakzaam, jij,

anders smeed je een verbond
   met de ingezetene van het land

waarop jij nu gaat komen,
anders wordt hij tot een valstrik in je kring;

13


ja, hun altaren zult ge omverhalen,

hun standstenen verbrijzelen,
en hun asjéra’s wegsnijden;

14


nee, nooit zul je je buigen
   voor een andere godheid;

want de Ene: ‘Naijverige’ is zijn naam,
een naijverige godheid is hij;

15


anders smeed je een verbond
   met de ingezetene van het land;

zullen zij achter hun goden aan hoereren
en offeren aan die goden van hen,-
dan zal er een tot jou roepen
en zul je van zijn offer eten;

16


nemen zul je dochters van hem
   voor zonen van jou;

hoereren die dochters van hem
achter hun goden aan,
dan laten ze jouw zonen mééhoereren
achter hun goden aan!

17


Goden van gietwerk maak je je niet!

18


Over het feest van de matses

zul je waken,-
zeven dagen eet je matses,
   zoals ik heb geboden

voor de samenkomst van de Arenmaand;
want in de maand van de Aar
ben je uitgetrokken uit Egypte!

19


Elke splijter van een moederschoot
   is voor mij;

alle vee van jou dat mannelijk is en
moederschootsplijter, van os of lam.

20


De moederschootsplijter van een ezelin
   los je in met een lam,

en als je hem niet inlost, breek je hem de nek;
elke eersteling van je zonen zul je inlossen,
mijn gelaatstrekken zijn niet zómaar te zien!

21


Zes dagen mag je dienen,

op de zevende dag houd je rust;
of het in de ploegtijd is of in de oogst:
   je houdt rust!

22


Het feestmaal-van-zeven-weken
   zul je voor jou klaarmaken

bij de eerstelingen van de tarweoogst;
het feest van de inzameling
bij de wending van het jaar.

23


Drie keren in het jaar

zal al wat er mannelijk is bij jou
   zich laten zien

bij het aanschijn van de Heer, de Ene,
   Israëls God.

24


Want ik verdrijf volkeren van jouw aanschijn

en zal je gebied wijd maken;
geen man zal jouw land meer begeren
wanneer jij bent opgeklommen
om je te laten zien bij het aanschijn van
   de Ene, je God,

drie keren in het jaar.

25


Slacht niet over iets gegists heen
   het bloed van een offerdier voor mij;

en laat niet tot de ochtend overnachten
een offerdier van het feest van Pesach.

26


Het prille begin

van de eerstelingen van je –rode– grond
zul je doen komen in
het huis van de Ene, je God;
je zult een bokje niet koken
in de melk van zijn moeder!