Instellingen

22


zeggen zul je dan tot Farao:

zó heeft gezegd de Ene:
mijn zoon, mijn eersteling is Israël!-

23


ik zeg tot u:

zend mijn zoon heen, dat hij mij kan dienen,
en weiger je hem heen te zenden:
ziehier, dan vermoord ík
jóuw zoon, jóuw eersteling!

24


Het geschiedt onderweg, in het nachtverblijf,

dat hem treft de Ene
en hem zoekt te doden.

25


Dan neemt Tsipora een stuk rots,

snijdt de voorhuid van haar zoon af
en beroert daarmee zijn voeten;
want, zegt ze,
een bloedbruidegom ben jij voor mij!

26


Hij zinkt neer, bij hem vandaan;

toen heeft ze gezegd:
‘een bloedbruidegom’,
   vanwege de besnijdenissen.