Instellingen

27


Zij zijn het

die hebben gesproken tot Farao,
   Egyptes koning,

om de zonen Israëls uit te leiden uit Egypte,
híj, Mozes, en Aäron.

28


Het geschiedt

op de dag dat de Ene
   gesproken heeft tot Mozes
   in het land van Egypte,-

29


dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

ik ben het, de Ene!-
spreek
tot Farao, Egyptes koning,
al wat ik nu spreek tot jou!

30


Dan zegt Mozes
   tot het aanschijn van de Ene:

hier!, ik!- een onbesnedene van lippen,
hóe
zal Farao naar mij horen!