Instellingen

1


De draaglast die is aanschouwd

door de profeet Habakuk.

2


Tot hoelang, Ene,
   moet ik roepen om hulp

en hoort gij niet?-
ik schreeuw tot u ‘geweld’
   en gij redt niet!

3


Waarom laat ge mij onheil zien
   en ellende aankijken?-

verwoesting en geweld
   staan tegenover mij;

er breekt twist uit
en tweedracht verheft zich.

4


Daardoor wordt onderricht ontkracht

en komt voor immer geen recht tevoorschijn;
want de boze omringt de rechtvaardige,
en daardoor komt recht
   verdraaid tevoorschijn!

5


‘Ziet om bij de volkeren en kijkt,

en verbaast u vol verbazing,-
want ik bewerk in uw dagen een werk
dat ge niet zoudt geloven
   wanneer het werd verteld.

6


Want zie, ik doe de Kasdiem opstaan,

dat bittere en gehaaste volk,-
dat door de ruimten der aarde gaat
om woonsteden te beërven
   die het eerder niet had.

7


Angstaanjagend en vreeswekkend is het,-

daaruit komt
zijn recht en verheffing tevoorschijn.

8


Lichtvoetiger dan panters
   zijn zijn paarden,

en feller dan wolven bij avond
stormen zijn ruiters aan;
zijn ruiters komen van verre,
aangevlogen
zoals een adelaar
   zich haast om te eten.

9


In z’n geheel zal het komen,
   met geweld,

en de koers van hun aanschijn
   is naar het oosten,-

gevangenen verzamelt het als zand.

10


Dát, het steekt met koningen de gek

en machthebbers maakt het belachelijk;
dát, over elk bolwerk lacht het,
het hoeft maar stof op te hopen
   en het neemt een stad in.