Instellingen

16


Toen ik het hoorde beefde mijn buik,

bij dat geluid klapperden mijn lippen,
kwam vermolming mijn beenderen binnen,
   en beefde ik op mijn plek,-

hoewel ik rustig zal wachten
   op de dag van benauwing,

als hij zal optrekken
   tegen de manschap van
   wie ons belagen.

17


Al zal de vijgenboom niet bloeien

en komt aan de wijnstokken geen gewas,
is wat de olijf ervan maakt mislukt
en heeft het veld niets te eten gemaakt,-
is het wolvee afgesneden van de kooi
en staat er geen rund meer in de stallen,

18


toch zal ik juichen om de Ene,-

jubelen om de God die mij redt!

19

De Ene, mijn Heer, is mijn vermogen,
hij maakt mijn voeten
   als die van de goddelijke hinden

en laat mij mijn hoogten betreden!
Voor de koorleider, bij snarenspel.