Instellingen

1


In de achtste maand

in het tweede jaar van Darjavesj,-
is het woord van de Ene geschied
aan Zacharia, zoon van Berechja
zoon van Ido, de profeet, zeggend:

2


toornig is de Ene over uw vaderen
   vertoornd geweest;

3


zeg tot hen:

zó heeft gezegd de Ene, de Omschaarde:
keert terug naar mij,
is de tijding van de Ene, de Omschaarde,-
dan keer ik terug naar u,
heeft gezegd de Ene, de Omschaarde;

4


wordt niet als uw vaderen,

tot wie de vroegere profeten riepen
   en zeiden:

zo heeft gezegd de Ene, de Omschaarde:
keert toch terug van uw kwade wegen
en kwade werken!-
maar zij hoorden niet
   en sloegen geen acht op mij,
   is de tijding van de Ene;

5


uw vaderen, waar zijn zij,-

en die profeten,
leven zij voor eeuwig?-

6


maar mijn woorden en wetten,

die ik mijn dienaars de profeten heb geboden,
hebben die uw vaderen niet bereikt?-
zij zijn teruggekeerd en hebben gezegd:
zoals de Ene, de Omschaarde,
   van plan was aan ons te doen

naar onze wegen en onze werken,
zo heeft hij met ons gedaan!
••