In de achtste maand in het tweede jaar van Darjavesj,- is het woord van de Ene geschied aan Zacharia, zoon van Berechja zoon van Ido, de profeet, zeggend:
toornig is de Ene over uw vaderen vertoornd geweest;
3
zeg tot hen: zó heeft gezegd de Ene, de Omschaarde: keert terug naar mij, is de tijding van de Ene, de Omschaarde,- dan keer ik terug naar u, heeft gezegd de Ene, de Omschaarde;
4
wordt niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten riepen en zeiden: zo heeft gezegd de Ene, de Omschaarde: keert toch terug van uw kwade wegen en kwade werken!- maar zij hoorden niet en sloegen geen acht op mij, is de tijding van de Ene;
5
uw vaderen, waar zijn zij,- en die profeten, leven zij voor eeuwig?-
6
maar mijn woorden en wetten, die ik mijn dienaars de profeten heb geboden, hebben die uw vaderen niet bereikt?- zij zijn teruggekeerd en hebben gezegd: zoals de Ene, de Omschaarde, van plan was aan ons te doen naar onze wegen en onze werken, zo heeft hij met ons gedaan! ••