Instellingen

1


Vraagt van de Ene regen

in de tijd van lentebuien
als de Ene onweerswolken maakt;
een stortregen zal hij aan hen geven,
groen op het veld aan een ieder.

2


Want de terafiem hebben bedrog gesproken,

en de waarzeggers
   hebben een leugen geschouwd,

waandromen spraken ze uit,
ijle lucht was de troost die ze boden;
daarom hebben zij gedwaald als schapen,
zijn zij ontredderd geraakt
   omdat er geen herder was!

3


Tegen de herders is mijn woede ontstoken,

aan de bokken zal ik bezoeking doen;
ja, bezoeken zal de Ene, de Omschaarde,
   zijn kudde, het huis Juda,
   en hen maken

als een paard dat glanst in de strijd.

4


Vanuit hem de hoeksteen,

vanuit hem de tentpin,
vanuit hem de strijdboog,-
vanuit hem vertrekt elke drijver;
samen

5


zullen zij als helden zijn
   die het slijk van de straten vertrappen
   in de strijd,

en strijden zúllen zij,
omdat de Ene met hen is;
beschamen zullen zij
   de berijders van paarden;

6


het huis Juda maak ik heldhaftig,

en het huis van Jozef red ik;
ik zal hen doen terugkeren
   want ik heb mij over hen ontfermd,

en worden zullen zij
   alsof ik hen nooit heb verstoten;

want
ik ben de Ene, hun God,
   en ik zal hen verhoren;

7


die van Efraïm zullen worden als een held,

en hun hart zal verheugd zijn
   als van wijn;

hun zonen zullen het zien en verheugd zijn,
hun hart zal jubelen om de Ene;

8


ik zal naar hen fluiten en hen vergaren,
   want ik heb hen vrijgekocht;

even talrijk als ze waren
   zullen ze weer worden;

9


zaai ik hen uit onder de gemeenschappen,

in die verre streken denken zij aan mij;
ze zullen leven bij hun kinderen,
en terugkeren!-

10


ik zal hen laten terugkeren
   uit het land Egypte

en uit Asjoer hen vergaderen;
in het land van Gilead en in Libanon
   laat ik hen komen

tot er voor hen niets meer is te vinden;

11


de zee die hen benauwt
   zullen ze oversteken,

op zee zal ik de golven slaan
en droogvallen zullen
alle diepten van de Nijl;
vernederd wordt dan de trots van Asjoer,
en Egyptes staf zal verdwijnen;

12


heldenmoed hebben zij door de Ene,

in zijn naam kunnen zij voortgaan,-
is de tijding van de Ene.
••