Instellingen

4


Staan zullen zijn voeten te dien dage
   op de Olijfberg,
   die in het zicht van Jeruzalem ligt
   ten oosten,-

en splijten zal de Olijfberg in zijn helften
op de dageraad aan en zeewaarts
tot een zeer groot dal;
de ene helft van de berg zal wijken
naar het noorden
   en zijn andere naar het zuiden.

5


Vluchten zult ge dan door mijn bergdalen,

want het dal tussen de bergen
   zal dan reiken tot Atseel;

vluchten zult ge dan
zoals ge gevlucht zijt
   voor het aanschijn van de aardbeving,

in de dagen van Juda’s koning Oezia,-
en komen zal de Ene, mijn God,
en alle heiligen met hem.

6


Geschieden zal het te dien dage:

er zal geen licht meer zijn,
koudeperioden sluiten zich aaneen;

7


het zal één dag worden;

hij is bekend aan de Ene,
   geen dag en nacht meer;

geschieden zal het tegen de avondtijd
dat het licht wordt.

8


Geschieden zal het te dien dage

dat er stromen levend water
   van Jeruzalem uitgaan,

hun ene helft naar de oostelijke zee
en hun andere helft naar de achterzee;
in de zomer en in de herfst
   zal het zo zijn.

9


De Ene zal tot koning worden
   over heel de aarde,-

te dien dage
zal de Ene de enige zijn
   en zal zijn naam de enige zijn.