Ik zeg: waar gaat u heen? Hij zegt tot mij: Ik ga Jeruzalem opmeten en zien wat haar breedte wordt en wat haar lengte!
7
En zie, de engel die met mij spreekt trekt uit,- en een andere engel trekt uit hem tegemoet.
8
Hij zegt tot hem: ren!, spreek die jongen daarginds aan en zeg: Jeruzalem zal dorpsgewijs bewoond worden, vanwege de veelheid van mensen en vee in haar;
9
ikzelf zal voor haar wezen, is de tijding van de Ene, een muur van vuur rondom,- en tot gloria zal ik wezen in haar! •
10
Hop, hop, vlucht weg uit het land van de noordenwind, is de tijding van de Ene,- want uit de vier windstreken onder de hemel wil ik u verzamelen, is de tijding van de Ene;