Instellingen

5


Ik hef mijn ogen op en zie

en ziedaar een man,-
met in zijn hand een meetsnoer.

6


Ik zeg: waar gaat u heen?

Hij zegt tot mij:
Ik ga Jeruzalem opmeten
en zien wat haar breedte wordt
   en wat haar lengte!

7


En zie,

de engel die met mij spreekt
   trekt uit,-

en een andere engel
trekt uit hem tegemoet.

8


Hij zegt tot hem:

ren!,
spreek die jongen daarginds aan en zeg:
Jeruzalem zal dorpsgewijs bewoond worden,
vanwege de veelheid van mensen en vee
   in haar;

9


ikzelf zal voor haar wezen,
   is de tijding van de Ene,

een muur van vuur rondom,-
en tot gloria zal ik wezen
   in haar!

10


Hop, hop,

vlucht weg
   uit het land van de noordenwind,
   is de tijding van de Ene,-

want uit de vier
windstreken onder de hemel
   wil ik u verzamelen,
   is de tijding van de Ene;