Hij zegt tot mij: wat zie je?, en ik zeg: gezien heb ik, en ziedaar een kandelaar, geheel van goud met een oliekom op haar top en met haar zeven lampen op haar, een zevental, en met zeven gootjes voor de lampen op haar top;
3
twee olijfbomen bij haar,- één rechts van de kom en één links van haar!
4
Ik antwoord en zeg tot de engel die met mij spreekt, ik zeg: wat betekenen deze, mijn heer?
5
Dan antwoordt de engel die met mij spreekt en zegt tot mij: je weet niet wat zij betekenen? Ik zeg: nee, mijn heer!
6
Hij antwoordt en zegt tot mij, hij zegt: dit is het woord van de Ene tot Zeroebavel, waarmee hij zegt: niet door macht en niet door kracht maar door mijn Geest, heeft gezegd de Ene, de Omschaarde;
7
wie jij ook bent, grote berg, voor het aanschijn van Zeroebavel word je tot een effen vlakte; hij zal de topsteen naar buiten brengen onder kreten van ‘genade, genade voor haar!’ •
8
Dan geschiedt het spreken van de Ene tot mij om te zeggen:
9
de handen van Zeroebavel hebben dit huis gegrondvest,- zijn handen zullen het ook volbrengen; en weten zul je dat de Ene, de Omschaarde, mij tot u heeft gezonden;
10
want wie veracht de dag van de kleine dingen?- zij zullen zich verheugen en zullen de loodsteen zien in de hand van Zeroebavel, deze zeven: de ogen van de Ene, zij doorkruisen heel de aarde!
11
Ik antwoord en zeg tot hem: wat betekenen deze twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan haar linkerkant?
12
Ik antwoord een tweede keer en zeg tot hem: wat betekenen deze twee takken van de olijfbomen die door twee buizen van goud zich ontledigen van het goud?
13
Hij zegt tot mij, hij zegt: weet je niet wat die betekenen? Ik zeg: nee, mijn heer!
14
Hij zegt: zij zijn de twee ‘zonen van de zalfolie’,- die staan bij de Heer van heel de aarde!