Instellingen

1


Terug keert

de engel die met mij spreekt,-
en wekt mij
als een man die gewekt wordt
   uit zijn slaap.

2


Hij zegt tot mij:

wat zie je?,
en ik zeg:
gezien heb ik, en ziedaar
   een kandelaar, geheel van goud
   met een oliekom op haar top

en met haar zeven lampen op haar,
een zevental, en met zeven gootjes
voor de lampen op haar top;

3


twee olijfbomen bij haar,-

één rechts van de kom
en één links van haar!

4


Ik antwoord en zeg

tot de engel die met mij spreekt,
   ik zeg:

wat betekenen deze, mijn heer?

5


Dan antwoordt de engel

die met mij spreekt en zegt tot mij:
je weet niet wat zij betekenen?
Ik zeg: nee, mijn heer!

6


Hij antwoordt en zegt tot mij,
   hij zegt:

dit is het woord van de Ene
tot Zeroebavel, waarmee hij zegt:
niet door macht en niet door kracht
maar door mijn Geest,
heeft gezegd de Ene, de Omschaarde;

7


wie jij ook bent,

grote berg, voor het aanschijn van Zeroebavel
   word je tot een effen vlakte;

hij zal de topsteen naar buiten brengen
onder kreten van
‘genade, genade voor haar!’

8


Dan geschiedt het spreken van de Ene
   tot mij om te zeggen:

9


de handen van Zeroebavel

hebben dit huis gegrondvest,-
zijn handen zullen het ook volbrengen;
en weten zul je
dat de Ene, de Omschaarde,
mij tot u heeft gezonden;

10


want wie veracht
   de dag van de kleine dingen?-

zij zullen zich verheugen
en zullen de loodsteen zien
in de hand van Zeroebavel,
   deze zeven:

de ogen van de Ene,
zij doorkruisen heel de aarde!

11


Ik antwoord en zeg tot hem:

wat betekenen deze twee olijfbomen
aan de rechterkant van de kandelaar
   en aan haar linkerkant?

12


Ik antwoord een tweede keer

en zeg tot hem:
wat betekenen deze twee
takken van de olijfbomen
die door
twee buizen van goud
zich ontledigen van het goud?

13


Hij zegt tot mij, hij zegt:

weet je niet wat die betekenen?
Ik zeg: nee, mijn heer!

14


Hij zegt:

zij zijn de twee ‘zonen van de zalfolie’,-
die staan bij de Heer van heel de aarde!