Ik zeg: wat is dat? Hij zegt: dit is een efa die verschijnt!, en hij zegt: dit is hun ongerechtigheid in heel het land!
7
En zie, een schijf lood die opgetild wordt,- en een vrouw alleen die in de efa zit.
8
Hij zegt: dit is de boosaardigheid!, en werpt haar weer de efa in; dan werpt hij de loden steen op haar monding. ••
9
Ik hef mijn ogen op en zie: ziedaar, twee vrouwen die verschijnen met wind in hun vleugels; ze hebben vleugels als de vleugels van de ooievaar; zij tillen de efa op tussen aarde en hemel.
10
Ik zeg tot de engel die met mij spreekt: waar gaan zij met die efa heen?
11
Hij zegt tot mij: om voor haar een huis te bouwen in het land Sjinar, is dat gereed dan plaatsen ze haar daar op haar gereedgemaakte onderstel! ••