Instellingen

9


Dan geschiedt het woord van de Ene
   tot mij en zegt:

10


neem gaven aan van de ballingen,

van Cheldai,
van Tovia en Jedaja!-
zelf zul jij komen te dien dage,
komen zul je
in het huis van Josjia, zoon van Tsefanja,
waarin zij vanuit Babel aangekomen zijn;

11


aannemen zul je zilver en goud
   en daarmee kronen maken;

zetten zul je er een
op het hoofd van Johotsadaks zoon Jozua,
   de hogepriester;

12


zeggen zul je tot hem, je zegt:

zo heeft gezegd de Ene, de Omschaarde,
   zeg:

ziedaar een man,-
zijn naam is Tsemach,- spruit,
   en uit hem zal hij uitspruiten,

en hij zal de tempel van de Ene
   herbouwen;

13


hij zal herbouwen

de tempel van de Ene,
   en hij zal een sieraad dragen,-

hij mag zitten en heersen
   op zijn troon;

er zal ook een priester wezen
   op zijn troon,

en er zal een vredesberaad
   wezen tussen die twee;

14


de kroon

zal voor Chelem, Tovia, Jedaja
en voor de genade van Tsefanja’s zoon zijn,-
als aandenken in de tempel van de Ene;

15


van verre zullen ze komen

en bouwen aan de tempel van de Ene,
en weten zult ge dan
dat de Ene, de Omschaarde,
mij tot u heeft gezonden;
dat zal geschieden
als ge horende hoort
naar de stem van de Ene, uw God!
••