Want zó heeft gezegd de Ene, de Omschaarde: zoals ik van plan was u kwaad te doen, toen uw vaderen mij vertoornden, heeft gezegd de Ene, de Omschaarde,- en het berouwde mij niet,
zó ben ik omgekeerd van plan in deze dagen om Jeruzalem en het huis van Juda goed te doen; vreest niet!,
16
dit zijn de woorden die ge moet doen: spreekt ieder met zijn naaste waarheid; in waarachtigheid, recht en vrede zult ge in uw poorten richten;
17
ieder wat kwaad is voor zijn naaste: beraamt dat niet in uw hart en wat bedrieglijk wordt gezworen, hebt dat niet lief,- want al deze dingen zijn het die ik haat, is de tijding van de Ene. ••