Instellingen

14


Want zó heeft gezegd de Ene,
   de Omschaarde:

zoals ik van plan was
   u kwaad te doen,

toen uw vaderen mij vertoornden,
heeft gezegd de Ene, de Omschaarde,-
en het berouwde mij niet,

15


zó ben ik omgekeerd van plan
   in deze dagen

om Jeruzalem en het huis van Juda
   goed te doen;

vreest niet!,

16


dit zijn de woorden die ge moet doen:

spreekt ieder met zijn naaste waarheid;
in waarachtigheid, recht en vrede
zult ge in uw poorten richten;

17


ieder wat kwaad is voor zijn naaste:

beraamt dat niet in uw hart
en wat bedrieglijk wordt gezworen,
   hebt dat niet lief,-

want al deze dingen zijn het
   die ik haat, is de tijding van de Ene.

••