Zó heeft gezegd de Ene, de Omschaarde: laten uw handen sterk zijn, gij die in deze dagen deze woorden hoort,- uit de mond van de profeten op de dag dat werd gegrondvest het huis van de Ene, de Omschaarde, de tempel, om te worden herbouwd;
want vóór de verschijning van die dagen is er voor geen mens iets te verdienen geweest en was er voor een dier niets te verdienen; voor wie wegging of aankwam was er vanwege de benauwer geen vrede, en ik liet heel de mensheid los, ieder tegen zijn naaste;
11
maar nu ben ik voor de rest van deze gemeente niet als in de vroegere dagen,- is de tijding van de Ene, de Omschaarde;
12
want het zaad van de vrede is er; de wijnstok zal haar vrucht geven, de aarde zal geven haar gewas en de hemelen zullen geven hun dauw; toedelen zal ik aan de rest van deze gemeente al deze dingen;
13
geschieden zal het: zoals ge een vloek geworden zijt onder de volkeren, huis Juda en huis Israël, zó zal ik u redden en zult ge een zegen worden; vreest niet en laten uw handen sterk zijn! ••