Instellingen

9


Zó heeft gezegd de Ene, de Omschaarde:

laten uw handen sterk zijn,
gij die in deze dagen
deze woorden hoort,-
uit de mond van de profeten
op de dag
dat werd gegrondvest het huis van de Ene,
de Omschaarde, de tempel,
   om te worden herbouwd;

10


want

vóór de verschijning van die dagen
is er voor geen mens
   iets te verdienen geweest

en was er voor een dier
   niets te verdienen;

voor wie wegging of aankwam
   was er vanwege de benauwer geen vrede,

en ik liet heel de mensheid los,
   ieder tegen zijn naaste;

11


maar nu

ben ik voor de rest van deze gemeente
niet als in de vroegere dagen,-
is de tijding van de Ene, de Omschaarde;

12


want het zaad van de vrede is er;

de wijnstok zal haar vrucht geven,
   de aarde zal geven haar gewas

en de hemelen zullen geven hun dauw;
toedelen zal ik
aan de rest van deze gemeente
   al deze dingen;

13


geschieden zal het:

zoals ge een vloek geworden zijt
   onder de volkeren,

huis Juda en huis Israël,
   zó zal ik u redden

en zult ge een zegen worden;
vreest niet
   en laten uw handen sterk zijn!

••