Jubel luide, dochter Sion, schal het uit, dochter Jeruzalem: zie, je koning komt naar je toe, een rechtvaardige, een redder is hij,- een ootmoedige, rijdend op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.
‘Wegvagen zal ik de strijdwagens uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem, weggevaagd wordt dan de oorlogsboog, en tot de volkeren zal hij van vrede spreken! Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, en van de Rivier tot aan de einden der aarde.
11
En ook jij: om het bloed van je verbond laat ik je gebondenen los uit de put waarin geen water is;
12
keert terug naar de vesting, gebondenen die hoop koestert; en ook geldt: heden meld ik dat ik met het dubbele naar jou terugkeer;