Instellingen

1


Psalm 108 (107) • Paratum cor meum. (Een zang, een musiceerstuk, v. David.)

2


Vastberaden is mijn hart, o God, ✡

ik zal zingen, musiceren,
ja, dat is mijn glorie!

3


Word wakker, luit en harp, ✡

ik ga het morgenrood wekken!

4


Ik zal u danken
   in de gemeenschappen, o Ene,- ✡

u bemusiceren
in de natiën!

5


Want hemelhoog
   en groter is uw vriendschap, ✡

tot aan de wolken reikt uw trouw!

6


Verhef u boven de hemelen, o God,- ✡

over heel de aarde uw glorie!

7


Opdat uw liefsten worden ontzet: ✡

brenge uw rechterhand redding,-
geef mij antwoord!

8


In zijn heiligdom heeft God gesproken:

ik wil juichen, ik ga Sjechem verdelen, ✡
de vlakte van Soekot meet ik uit!-

9


voor mij is Gilead, voor mij Manasse,

Efraïm is de veste voor mijn hoofd, ✡
mijn wetgeversstaf is
Juda!-

10


mijn waskom is Moab,

op Edom werp ik mijn schoen, ✡
over Pelesjet
klinkt mijn geschal.

11


Wie brengt mij in die stad
   ondoordringbaar, ✡

wie zal mij geleiden tot in Edom?

12


Niet gij God?, die ons hebt verworpen, ✡

en niet meer uittrekt, God,
met onze heirscharen!

13


Verleen ons hulp tegen wie ons benauwt: ✡

redding door mensen,-
ijdele hoop!

14


Met God doen wij daden van vermogen; ✡

hij
zal onze benauwers vertrappen!