Instellingen

1


Psalm 115 (113, 9-26) • Non nobis, Domine. Niet ons, Ene,

niet ons, nee, uw naam geef glorie, ✡
om uw vriendschap,
om uw trouw!

2


Waarom mogen de volkeren zeggen: ✡

waar is toch
hun God?

3


Maar onze God werkt in de hemel, ✡

al wat hem behaagt heeft hij gemaakt.

4


Hun beelden zijn zilver en goud, ✡

maaksel van
de handen van een mens.

5


Ze hebben een mond,
   maar spreken geen woord, ✡

hebben ogen,
maar zien niet.

6


Ze hebben wel oren,
   maar kunnen niet horen, ✡

een neus
maar ademen niet.

7


Hun handen, ze voelen niet,

hun voeten, ze kunnen niet gaan, ✡
met hun kelen
murmelen ze niet.

8


Als zij, zo worden hun makers, ✡

al wie zich veilig waant bij hen!

9


Israël, wees veilig bij de Ene!- ✡

hun hulp en hun schild is hij.

10


Huis van Aäron,
   weet u veilig bij de Ene!- ✡

hun hulp en hun schild is hij.

11


Al wie de Ene vreest,
   weet u veilig bij de Ene!- ✡

hun hulp en hun schild is hij.

12


De Ene gedenkt ons, hij geeft zegen,
   hij zegent Israëls huis, ✡

hij zegent
het huis van Aaron.

13


Hij zegent al wie vrezen de Ene, ✡

de kleinen
met de groten!

14


De Ene zal toevoegen aan u, ✡

aan u
en aan uw zonen!

15


Gezegend zijt gij door de Ene, ✡

de Maker
van hemel en aarde!

16


De hemelen zijn de hemelen van de Ene, ✡

de aarde
gaf hij de zonen van Adam.

17


Niet de doden loven de Ene, ✡

niet
al wie gedaald zijn in de stilte.

18


Maar de Ene zegenen wij, ✡

van nu en tot in eeuwigheid!
Alleluia!