Naardense Bijbel > zoeken
Psalm 12 (11) • Salvum me fac. (Voor de koorleider, op de achtste; een musiceerstuk v. David.)
Breng redding, Ene, want met vroomheid is het uit, ✡ ja onder Adams zonen zijn getrouwen dun gezaaid!
Van man tot makker praten ze over niets, hun lippen gladgeschoren, ✡ hart zus en hart zo gaat hun praat.
De Ene snijdt uit: alle lippen gladgeschoren, ✡ de tong die nu nog grote praatjes heeft,
van hen die zeiden: met onze tong zullen wij de held zijn, onze lippen met ons, ✡ wie is ons de baas!
Uit het geweld over gebukten, uit het zuchten van armen zal ik nu opstaan, zegt de Ene, ✡ zet ik in vrijheid wie men uitfluit!
Woorden van de Ene zijn woorden glaszuiver, zilver gesmolten in een smeltkroes in de aarde, ✡ gelouterd zevenmaal.
Gij, Ene, wilt hen bewaken, ✡ zult ons hoeden voor dit geslacht voor eeuwig;
terwijl rondom boosdoeners hun gang gaan ✡ en gemeenheid zich breed maakt bij Adams zonen.