Instellingen

1


Psalm 12 (11) • Salvum me fac. (Voor de koorleider, op de achtste;

een musiceerstuk v. David.)

2


Breng redding, Ene,
   want met vroomheid is het uit, ✡

ja onder Adams zonen
zijn getrouwen dun gezaaid!

3


Van man tot makker praten ze over niets,
   hun lippen gladgeschoren, ✡

hart zus en hart zo gaat hun praat.

4


De Ene snijdt uit:
   alle lippen gladgeschoren, ✡

de tong
die nu nog grote praatjes heeft,

5


van hen die zeiden: met onze tong
   zullen wij de held zijn,

onze lippen met ons, ✡
wie is ons de baas!

6


Uit het geweld over gebukten,
   uit het zuchten van armen
   zal ik nu opstaan, zegt de Ene, ✡

zet ik in vrijheid
wie men uitfluit!

7


Woorden van de Ene
   zijn woorden glaszuiver,
   zilver gesmolten

in een smeltkroes in de aarde, ✡
gelouterd
zevenmaal.

8


Gij, Ene, wilt hen bewaken, ✡

zult ons hoeden
voor dit geslacht voor eeuwig;

9


terwijl rondom

boosdoeners hun gang gaan ✡
en gemeenheid zich breed maakt
bij Adams zonen.