Instellingen

1


Psalm 19 (18) • Cœli enarrant. (Voor de koorleider,

een musiceerstuk v. David.)

2


Zoals de hemelen

verhalen de glorie van God, ✡
en het gewelf meldt
wat zijn handen maken;

3


een dag sprake uitsproeit over een dag, ✡

een nacht kennis verkondigt
aan een nacht;

4


het geen spreken is en geen woorden, ✡

en nooit
hun stem werd gehoord,

5


maar over heel de aarde
   hun maning uittijgt,

tot het uiteinde der wereld hun taal, ✡
hij in hen een tent gezet heeft
voor de zon;

6


en die

als een bruigom uittijgt uit zijn kamer, ✡
zich verheugt als een held
om op pad te snellen;

7


aan het Ene eind der hemelen uittijgt,

op hun andere eind zijn omloop voltooit, ✡
en niets zich kan verbergen
voor zijn gloed,

8


zo is het onderricht van de Ene volmaakt
   en brengt het een ziel terug,- ✡

is het getuigenis van de Ene betrouwbaar,
schenkt het onwetenden wijsheid.

9


De orders van de Ene zijn rechtuit,
   een vreugde voor het hart; ✡

het gebod van de Ene is puur,
een helder licht voor de ogen.

10


Ontzag voor de Ene is zuiver,
   houdt stand voor altijd;
   de regels van de Ene zijn waarheid, ✡

rechtvaardig alle samen;

11


begerenswaardiger

dan goud, van het edelste een schat!- ✡
en zoeter dan honing,
dan honingzeem uit de raat.

12


Ook uw dienaar
   heeft zich door hen laten manen, ✡

ze te bewaken,
dat loont zeer!

13


Dwalingen,- wie onderscheidt ze?- ✡

van verborgene spreek mij vrij!

14


Weerhoud ook uw dienaar van hovaardij,

laat die over mij niet heersen!-
en dan onkreukbaar,- ✡
zal ik van vele misstappen
vrij zijn!

15


Moge welgevallig wezen
   wat mijn mond zegt

en wat mijn hart fluistert,
voor uw aanschijn, ✡
Ene,
mijn Rots en mijn verlosser!