| 1 | Psalm 34 (33) • Benedicam Domino. (v. David, toen hij zijn verstand verdraaide voor het aanschijn van Avimelech,- ✡ die hem wegjoeg, zodat hij kon gáán.)
| |
| 2 |
Altijd zal ik zegenen de EneIn de brontekst is dit een alfabetisch gedicht. Omwille van het alfabet is de volgorde van de verzen licht aangepast., ✡ steeds ligt zijn lof mij voor in de mond.
| |
| 3 |
Bij de Ene prijst mijn ziel zich gelukkig,- ✡ mogen gebukten het horen en zich verheugen!
| |
| 4 |
Geeft met mij grootheid aan de Ene, ✡ laat ons zijn naam eenparig roemen!
| |
| 5 |
De Ene zocht ik en hij heeft mij geantwoord, ✡ aan al wat ik duchtte heeft hij mij ontrukt!
| |
| 6 |
En wie opkeken naar hem, zij straalden, ✡ geen schaamrood kleurde hun wangen.
| |
| 7 |
Fluisterend kon deze gebogene nog roepen en de Ene hoorde, ✡ uit al wat hem benauwde heeft hij hem gered.
| |
| 8 |
Gelegerd is de engel van de Ene rondom wie hem vrezen, ✡ en hij redt ze uit.
| |
| 9 |
Hoe goed de Ene is: proeft het en ziet! ✡ Zalig de kerel die toevlucht zoekt bij hem!
| |
| 10 |
Ja gij, zijn heiligen, vreest de Ene!- ✡ want er zal geen gebrek zijn voor wie hem vrezen.
| |
| 11 |
Kommer en honger leden welpen van leeuwen, ✡ maar de zoekers van de Ene: niets van alle goed zal hun ontbreken.
| |
| 12 |
Laat u leiden door mij, zonen, en hoort; ✡ de vreze voor de Ene zal ik u leren!
| |
| 13 |
Mannen met behagen in leven, wie niet?- ✡ die lengte van dagen minnen, het goede willen zien:
| |
| 14 |
niet nalaten je tong te hoeden voor kwaad, ✡ je lippen voor het spreken van bedrog!
| |
| 15 |
O wijk voor het kwade, doe het goede, ✡ zoek naar vrede, jaag die na!
| |
| 16 |
Rechtvaardigen: de Ene houdt zijn ogen op hen, ✡ zijn oren richten zich op hun geroep.
| |
| 17 |
Pijnlijk is het aanschijn van de Ene voor daders van kwaad, ✡ hij snijdt hun gedachtenis van de aarde af.
| |
| 18 |
Schreeuwden zij: de Ene hoorde, ✡ aan al hun benauwingen heeft hij hen ontrukt.
| |
| 19 |
Terzijde staat de Ene gebrokenen van hart, ✡ hij redt verbrijzelden van geest.
| |
| 20 |
Vele zijn de rampen voor een rechtvaardige, ✡ aan die alle ontrukt hem de Ene,
| |
| 21 |
wakend over elk van zijn botten, ✡ daarvan zal niet een worden gebroken.
| |
| 22 |
Zelf echter zal het kwaad de booswicht doden ✡ en zullen haters van een rechtvaardige hun schuld boeten.
| |
| 23 | Maar de Ene koopt de ziel van zijn dienaren los,- ✡ geen schuld voor al wie toevlucht zoeken bij hem!
| |