Instellingen

17


Als je vijand valt, verheug je niet,-

als hij struikelt,
laat dan je hart niet jubelen.

18


Anders ziet de Ene het
   en is dat kwaad in zijn ogen,-

en keert hij zijn woede áf van hem.

19


Word niet laaiend over de kwaadstichters,-

wees niet naijverig
jegens de boosdoeners.

20


Want voor de kwaadstichter
   zal er geen toekomst wezen,-

de lamp van boosdoeners dooft uit.