Instellingen

1


Woorden van Agoer, zoon van Jakee

de Masaïet, tijding van deze kerel
   aan Itiël,- met mij is God

aan Itiël en Oechal,-
   met mij is God en ik kan het aan,

2


‘hoewel ik een rund ben en geen mens,-
   en ik geen mensenverstand heb,

3


en ik geen wijsheid heb geleerd,-
   zodat ik kennis van heilige zaken
   zou kennen.’

4


Wie is ten hemel opgeklommen
   en weer neergedaald,

wie heeft wind verzameld in zijn vuisten,
wie heeft wateren bijeengebonden
   in een mantel,

wie heeft alle einden der aarde
   doen opstaan?-

wat zijn naam is
   en wat de naam van zijn zoon is,

wie weet dat?

5


Al wat God zegt is gelouterd,-

een schild is hij
voor wie schuilen bij hem.

6


Voeg aan zijn woorden niets toe,-

anders moet hij je bestraffen
   en zul je een leugenaar blijken!