Instellingen

6


Ga tot de mier, luiaard,-

zie haar wegen aan en word wijs:

7


zij die geen aanvoerder heeft,
   beambte of heerser,

8


bereidt in de zomer haar brood,-

slaat in de oogsttijd
haar eten op;

9


tot wanneer, luiaard, blijf jij neerliggen,-

wanneer wil je opstaan uit je slaap?-

10


een beetje slapen, een beetje sluimeren,-

een beetje
de handen over elkaar en nog even liggen:

11


als een snelle loper komt dan je armoede,-

je tekort als een man met een schild!