Instellingen

17


Stel: een man

slaat welke mensenziel ook dood:
hij wordt ter dood gebracht.

18


En wie een dierenziel doodslaat,
   moet haar vergoeden,

met een ziel voor een ziel.

19


Stel: een man

brengt zijn maat letsel toe:
zoals hij heeft gedaan,
zó zal aan hem worden gedaan.

20


Met een breuk voor een breuk,

een oog voor een oog,
een tand voor een tand;
zoals hij die mens letsel heeft toegebracht,
zó wordt het toegebracht aan hem.

21


Wie een beest doodslaat kan dat vergoeden;

wie een mens doodslaat, wordt gedood.

22


Eén rechtspraak zal er bij u wezen,

zoals voor de zwerver
   zal het voor de landgenoot wezen;

want ik, de Ene, ben uw God!