Instellingen

1


Als een vredesoffer iemands toenadering is,-

als het uit het rundvee is
   wat hij doet naderen,

als het een mannetje is, als het een wijfje is:
volmaakt moet zijn wat hij doet naderen
   tot het aanschijn van de Ene.

2


Met zijn hand zal hij steunen
   op de kop van zijn toenadering

en kelen zal hij hem
in de opening van de tent van samenkomst;
sprenkelen zullen de zonen van Aäron,
   de priesters,
   het bloed rondom over het altaar.

3


Doen naderen zal hij
   van het offer der vredesgaven

als vuuroffer voor de Ene:
het vet dat het ingewand overdekt,
ál het vet
over het ingewand;

4


ook de twee nieren

en het vet dat tegen hen aan ligt,
tegen de lendenen aan;
en de kwab aan de lever
zal hij tegelijk met de nieren verwijderen.

5


In rook doen opgaan
   zullen de zonen van Aäron dat
   op het altaar,

gelijk met de opgangsgave
op de stukken hout op het vuur;
als een vuuroffer, een reuk die-tot-rust-brengt
   voor de Ene!

6


En als iets uit het wolvee
   iemands toenadering is
   als offer van vredesgaven aan de Ene:

mannetje of wijfje,
volmaakt moet zijn
   dat hij doet naderen!

7


Als het een lam is dat hij doet naderen
   als zijn toenadering:

doen naderen zal hij het
   tot het aanschijn van de Ene;

8


steunen zal hij met zijn hand op de kop
   van zijn toenadering,

kelen zal hij hem
voor het aanschijn
   van de tent van samenkomst;

sprenkelen zullen de zonen van Aäron
   zijn bloed rondom
   over het altaar.

9


Doen naderen zal hij van het offer
   van de vredesgaven

als vuuroffer voor de Ene:
zijn vet en het volledige staartstuk;
bij de stuit af zal hij het verwijderen,
met het vet dat het ingewand overdekt,
en al het vet
dat op het ingewand ligt.

10


Ook de twee nieren

en het vet dat tegen hen aan ligt,
tegen de lendenen aan;
en de kwab aan de lever,-
gelijk met de nieren zal hij die verwijderen.

11


In rook doen opgaan zal de priester dat
   op het altaar;

als brood, als vuuroffer voor de Ene!

12


En als iemands toenadering een geitenbok is:

doen naderen zal hij hem
   tot het aanschijn van de Ene;

13


en steunen zal hij met zijn hand op zijn kop,

en hem kelen
voor het aanschijn van de tent
   van samenkomst;

sprenkelen zullen de zonen van Aäron
   zijn bloed
   op het altaar rondom.

14


Doen naderen zal hij daarvan
   als toenadering van hem,

als vuuroffer voor de Ene:
het vet dat het ingewand overdekt,
al het vet
dat op het ingewand ligt;

15


de twee nieren

en het vet dat tegen hen aanligt,
tegen de lendenen aan;
ook de kwab aan de lever,-
gelijk met de nieren zal hij die verwijderen.

16


In rook doen opgaan zal de priester
   dat alles op het altaar;

brood, een vuuroffer
   voor een reuk die-tot-rust-brengt,

is alle vet voor de Ene.

17


Een inzetting van eeuwig
   voor uw generaties

overal waar ge zult wonen:
alle vet en alle bloed, ge zult het niet eten!