Instellingen

22

het zijn de vriendschapsdaden van de Ene
dat het niet met ons gedaan is,
dat zijn ontfermingen niet ten einde zijn;

23

helemaal nieuw zijn zij, ochtend na ochtend,
groot is uw trouw!-

24

hij, de Ene, is mijn deel, zegge mijn ziel,
daarom blijf ik wachten op hem;
••

25

in-goed is de Ene voor wie hoopt op hem,
voor de ziel die hem zoekt;

26

in-goed is het stil te wachten
op redding door de Ene;

27

in-goed is het voor een kerel
dat hij in zijn jeugd een juk draagt;
••

28

ja, laat hij eenzaam zitten en stil zijn
wanneer het hem is opgelegd;

29

ja, laat hij zijn mond neerdrukken in het stof:
misschien is er hoop!-

30

ja, laat hij zijn kaak toekeren aan wie
   hem slaat, en verzadigd worden van smaad!-
••

31

kijk, niet voor eeuwig verstoot hij,
   mijn Heer;

32

kijk, als hij iemand bedroefd heeft
zal hij zich weer ontfermen,
   zo groot is zijn vriendschap;

33

kijk, niet van harte verdrukt hij
en bedroeft hij de zonen van een man;
••