Instellingen

19


Want voor het lot van de zonen van de mens
   en het lot van de dieren geldt:

eenzelfde lot treft hen,
zoals de een sterft, zo sterft de ander,
allen hebben eenzelfde adem;
een voordeel van de mens op het dier
   is er niet,

nee, het is alles ijlheid.

20


Alles gaat naar eenzelfde plaats;

alles is geworden uit het stof
en alles keert terug naar het stof.

21


Wie kan beweren

dat de adem van de zonen van de mens,
dat die opstijgt naar boven,-
en de adem van de dieren,
dat die neerdaalt
   naar beneden, naar de aarde?