Instellingen

5


Er is een Judese man geweest

in de burcht van Sjoesjan,-
zijn naam?- Mordochai,
zoon van Jaïer zoon van Sjimi zoon van Kisj,
   een Benjaminiet.

6


Hij is als balling weggevoerd uit Jeruzalem

samen met de ballingen die zijn weggevoerd
samen met Juda’s koning Jechonja,-
die Babels koning Nevoechadnetsar
als balling weggevoerd heeft.

7


Hij wordt voogd-en-vertrouwde
   voor Hadasa,

dat is Ester,
   de dochter van zijn lievelingsoom,

omdat zij geen vader en moeder meer heeft;
het meisje is schoon van gestalte
   en goed om aan te zien,

en bij de dood van haar vader en moeder
heeft Mordochai haar
   als zijn dochter aangenomen.