Instellingen

1


In het eerste jaar

van Koresj als koning van Perzië
heeft de Ene,
om het woord van de Ene
   vanuit de mond van Jeremia
   te voltrekken,-

de geest van Perziës koning Koresj opgewekt,
en heeft hij een roepstem heel zijn koninkrijk
   laten doorkruisen

en ook in geschrifte gezegd:

2


zó heeft gezegd

Koresj, koning van Perzië:
alle koninkrijken der aarde
zijn aan mij gegeven
door de Ene, de God des hemels,-
en híj heeft mij opgedragen
   voor hem een huis te bouwen

in Jeruzalem in Juda;

3


wie onder u lid van heel zijn gemeente is:

zijn God zij met hem,
en hij klimme op
naar Jeruzalem in Juda,-
en bouwe
het huis van de Ene, Israëls God,
want hij is de God
   die in Jeruzalem is;

4


en al wie resteert:

uit alle plaatsen waar hij zwerver-te-gast is
moeten de mannen van zijn woonplaats
hem ondersteunen met zilver en goud,
   met have en vee,-

naast de vrijwillige bijdrage
voor het huis van God in Jeruzalem!

5


Ze staan op, de vaderhoofden

van Juda en Benjamin,
en de priesters en de Levieten,-
ja, ieder wiens geest God heeft opgewekt
om op te klimmen, om te bouwen
het huis van de Ene in Jeruzalem.

6


En allen die hen omringden
   hebben hun handen versterkt

met voorwerpen van zilver,
   met goud, have en vee
   en met kostelijkheden,-

boven alles wat al vrijwillig werd bijgedragen.
••