wie onder u lid van heel zijn gemeente is: zijn God zij met hem, en hij klimme op naar Jeruzalem in Juda,- en bouwe het huis van de Ene, Israëls God, want hij is de God die in Jeruzalem is;
en al wie resteert: uit alle plaatsen waar hij zwerver-te-gast is moeten de mannen van zijn woonplaats hem ondersteunen met zilver en goud, met have en vee,- naast de vrijwillige bijdrage voor het huis van God in Jeruzalem!
5
Ze staan op, de vaderhoofden van Juda en Benjamin, en de priesters en de Levieten,- ja, ieder wiens geest God heeft opgewekt om op te klimmen, om te bouwen het huis van de Ene in Jeruzalem.
6
En allen die hen omringden hebben hun handen versterkt met voorwerpen van zilver, met goud, have en vee en met kostelijkheden,- boven alles wat al vrijwillig werd bijgedragen. ••