Instellingen

19


Dan houden de kinderen der ballingschap
   het paasmaal,-

op de veertiende na de eerste nieuwemaan.

20


Omdat de priesters en de Levieten
   als één man zich hebben gereinigd,
   zijn zij allen rein

en kunnen zij
   voor alle kinderen der ballingschap
   het paaslam slachten,

en voor hun broeders de priesters
   en voor zichzelf,

21


en eten zij het, de zonen en dochters van Israël

die uit de ballingschap zijn teruggekeerd
en elk
die zich naar hen toe heeft afgescheiden
   van de smet op de volkeren van het land,-

om mee te zoeken
naar de Ene, Israëls God.

22


Dan houden zij het feest van de matses,

zeven dagen lang, met vreugde;
want de Ene heeft hen verheugd:
hij heeft
het hart van Asjoers koning naar hen
   toegedraaid

om hun handen sterk te maken
bij het werk aan het huis van Israëls God.