Instellingen

6


is deze Ezra uit Babel opgeklommen;

hij is een vaardig schriftgeleerde
   in het onderricht van Mozes

dat de Ene, Israëls God, gegeven heeft,-
en de koning geeft hem,
doordat de hand van de Ene,
   zijn God, op hem is,

alles wat hij verzoekt.

7


Van de zonen en dochters van Israël
   en van de priesters en de Levieten,

de zangers, de poortwachters
   en weggegevenen,
   klimmen er méé op naar Jeruzalem,-

in het zevende jaar
   dat Artachsjast de koning is.

8


Hij komt in Jeruzalem aan
   in de vijfde maand;

het is het zevende jaar van de koning.

9


Want

op de eerste van de eerste maand
heeft hijzelf
het opklimmen uit Babel verordonneerd,-
en op de eerste
van de vijfde maand
is hij in Jeruzalem aangekomen,
overeenkomstig de goede hand
   van zijn God
   over hem,

10


omdat Ezra zijn hart erop gericht had

om het onderricht van de Ene te onderzoeken
   en te dóen,-

en in Israël wet en recht te leren.
••

11


En dit is het afschrift van de brief

die koning Artachsjast heeft meegegeven
aan Ezra, de priester, de schriftgeleerde,-
schriftgeleerde
in de bewoordingen
   van de geboden van de Ene
   en van zijn wetten over Israël:

12


Artachsjast,

koning der koningen,-
aan Ezra,
   priester, schriftgeleerde
   van de wet van de God des hemels:
   vrede enzovoorts;

13


door mij is een bevel uitgevaardigd

dat elk in mijn koninkrijk
   uit de gemeenschap van Israël,
   zijn priesters of zijn Levieten,

die vrijwillig met u naar Jeruzalem wil gaan,
   mag gaan,-

14


daarom

dat u door ’s konings aanschijn
   en zijn zeven raadslieden bent uitgezonden

om in Juda en Jeruzalem
   een onderzoek te doen,-

naar de wet van uw God
   die u in handen hebt;

15


en om er het zilver en het goud te brengen,-

dat de koning en zijn raadsheren
vrijwillig hebben geschonken aan Israëls God
die in Jeruzalem zijn woning heeft,-

16


met alle zilver en goud

die u zult vinden
in heel het gewest Babel,-
samen met de vrijwillige bijdragen
   die de gemeente en de priesters
   vrijwillig bijdragen

voor het huis van hun God in Jeruzalem;

17


daarom moet u voor dat zilver met zorg

stieren, rammen en lammeren aankopen,
en de broodgiften en de plengoffers
   die daarbij horen;

die moet u doen naderen
op het altaar
in het huis van uw aller God in Jeruzalem;

18


en wat u en uw broeders goeddunken zal

om met de rest van het zilver en het goud
   te doen,-

naar het behagen van uw God
   moogt ge doen;

19


en de vaten die aan u gegeven zijn

voor de eredienst
in het huis van uw God,-
lever die in vrede af
voor het aanschijn van de God van Jeruzalem;

20


en de rest

van de benodigdheden
   voor het huis van uw God,

die u toevalt om weg te geven,
zal worden gegeven
uit het schathuis van de koning;

21


door mij,

koning Artachsjast,
   is een bevel uitgevaardigd

aan alle schatmeesters
op de overzij van de Rivier:
dat al wat van u zal wensen
Ezra, priester en schriftgeleerde
   van de wet van de God des hemels,

met zorg moet worden gedaan,-

22


tot op honderd talenten zilver,

honderd korren tarwe,
honderd batten wijn,
honderd batten zalfolie,-
en zout zonder voorschrift;

23


alles wat volgt

uit een bevel van de God des hemels
moet stipt worden gedaan
aan het huis van de God des hemels;
want waarvoor gramschap laten komen
over het koningschap van de koning
en zijn zonen?-

24


en u zij bekendgemaakt

dat voor alle priesters, Levieten,
muzikanten, poortwachters, weggegevenen
en eredienstvaardigen
van dit godshuis,-
het niet geoorloofd is hun
belasting, opgeld of tol op te leggen;

25


en jij Ezra,

stel naar de wijsheid van je God
   die je in de hand hebt, regeerders aan

en rechters
om rechters te zijn over heel de gemeenschap
   op de overzij van de Rivier,

voor allen die de wetten van je God kennen,-
en wie ze niet kent,
   aan hen moet jij ze bekendmaken;

26


en al wie de wet van je God

en de wet van de koning niet zal doen,-
met zorg
moet recht
aan hem worden gedaan,-
hetzij ten dode, hetzij met verbanning,
hetzij met een geldboete,
   hetzij met gevangenschap!

27


Gezegend de Ene, de God onzer vaderen,-

die dit de koning in het hart
   gegeven heeft,

om het huis van de Ene in Jeruzalem
op te luisteren,-

28


en over mij
   vriendschap heeft uitgespreid

voor het aanschijn van de koning
   en zijn raadgevers,

en bij alle machtige vorsten van de koning!-
ik ben gesterkt geworden
door de hand van de Ene over mij
en heb uit Israël de hoofden vergaderd
   om met mij op te klimmen!