Instellingen

21


Ik riep daar bij de rivier de Ahava
   een vasten uit,

om ons te verootmoedigen
   voor het aanschijn van onze God,-

en om bij hem een rechte weg te verzoeken
voor onszelf, ons kroost en heel onze have;

22


want ik vond het een schande

van de koning
   een legermacht en ruiters te vragen

om ons te helpen tegen een vijand onderweg;
ja, wij hebben tot de koning gezegd,-
we zeiden:
de hand van onze God is
   over allen die hem zoeken ten goede,

en zijn sterkte en zijn toorn
zijn over allen die hem verlaten!

23


Dus hebben wij gevast
   en bij onze God hierom verzocht,-

en hij liet zich door ons verbidden.