Instellingen

1


En het geschiedt

zodra de muur is herbouwd
en ik de deuren heb geplaatst,-
dat de poortwachters,
   en de zangers en de Levieten,
   worden aangesteld.

2


Dan gebied ik mijn broer Chanani,

met Chananja als overste van de burcht,
   over Jeruzalem;

want hij is zo betrouwbaar
   als een man kan zijn

en meer godvrezend dan velen.

3


En ik zeg tot hen:

Jeruzalems poorten mogen niet
   worden geopend

voordat de zon heet is,
en terwijl die nog hoog staat
moeten ze de deuren dichtslaan en vastzetten!
Dan plaats ik
wachtposten
   uit de ingezetenen van Jeruzalem,

ieder op zijn wachtpost,
ieder tegenover zijn huis.

4


De stad

ligt wijd en groot voor handen,
maar de gemeenschap in haar
   is klein,-

en er zijn geen huizen herbouwd.

5


Dan geeft mijn God mij in het hart

dat ik de edelen, de bestuurders
   en de manschap

moet verzamelen
   om zich te laten inschrijven;

ik vind
de boekrol voor de inschrijving
   van wie in het eerst zijn opgetrokken,

en vind daarop geschreven: