Instellingen

10


Ze hebben het er al over,
   heel de samenkomst,

om hen om te brengen met de stenen,
als de glorie van de Ene
zich laat zien in de tent van samenkomst
aan alle zonen Israëls!

11


Dan zegt de Ene tot Mozes:

tot wanneer blijven ze mij honen,
   deze gemeente?,

en tot wanneer
   hebben ze geen vertrouwen in mij,-

bij alle tekenen
die ik in hun midden heb gedaan?

12


Ik zal hem slaan met de pest
   en hem onterven;

ik maak jóu
tot een volk, groter
   en met meer ruggegraat dan hij!

13


Maar Mozes zegt tot de Ene:

horen zullen de Egyptenaren
dat gij door uw kracht deze gemeente
   uit hun midden hebt doen opklimmen;

14


zeggen zullen ze

tot wie zetelt in
dit land:
ze hebben gehoord dat gij, Ene,
in het midden van deze gemeente zijt,-
omdat ge oog aan oog te zien zijt: gij, Ene,-
nu uw wolk boven hen stilstaat,
en in een staande wolk
gij voor hun aanschijn voortgaat overdag
en in een standaard van vuur des nachts;

15


zult ge nu deze gemeente
   als één man doden,

dan zullen de volkeren zeggen,-
die het ongehoorde over u hebben gehoord,-
   ze zullen zeggen:

16


omdat hij niet

bij machte is, de Ene,
om deze gemeente te doen komen
in het land dat hij hun heeft toegezworen,
slacht hij ze af in de woestijn!-

17


welnu:

laat toch de kracht van mijn Heer zo gróót zijn
als ge hebt uitgesproken toen u zei:

18


de Ene,

lankmoedig en overvloedig in vriendschap,
die verdraagt: onrecht en overtreding;
maar ongestraft: níets laat hij ongestraft,
bezoekend
het onrecht van vaders aan zonen,
aan derden en vierden!-

19


vergeef toch

in uw grote vriendschap
   het onrecht van deze gemeente,

zoals ge voor deze gemeente
   het hebt verdragen

van Egypte tot hiertoe!