Instellingen

21


Dan zendt Israël boden uit

naar Sichon, koning van de Amoriet,
   om te zeggen:

22


ik wil oversteken door uw land,-

we zullen niet afbuigen
   door veld of wijngaard,

water uit een bron zullen we niet drinken;
over de weg van de koning zullen we gaan
totdat we uw gebied zijn overgestoken!

23


Maar Sichon heeft het Israël niet gegund

over te steken door zijn gebied;
Sichon verzamelt heel zijn manschap
en trekt uit,
Israël tegemoet de woestijn in,
en komt aan bij Jahats;
hij voert met Israël oorlog.

24


Israël verslaat hem
   met de mond van het zwaard,

en onterft zijn land vanaf de Arnon
tot aan Jabok, tot de zonen van Amon,-
want onneembaar
is het gebied van de zonen van Amon.

25


Dan neemt Israël

alle steden daar in
en zet Israël zich neer
   in alle steden van de Amoriet,

in Chesjbon en in al haar dochtersteden.

26


Want Chesjbon,-

de stad
van Sichon,
   de koning van de Amoriet was dat;

en hij is het die oorlog gevoerd heeft
met de koning van Moab, de eerdere,
en hem al zijn land
   uit de hand genomen heeft
   tot aan de Arnon.

27


Zodoende zeggen de spreuken:
   ‘komt naar Chesjbon!-

gebouwd en gegrondvest
   worde de stad van Sichon!

28


Want vuur trok weg van Chesjbon,

een vlam uit de veste van Sichon;
het verteerde de stede van Moab,
de heren van de hoogten langs de Arnon!

29


Wee jou, Moab,

verloren ben je, gemeenschap van Kemosj!-
hij moest zijn zonen als vluchtelingen
   en zijn dochters in gevangenschap

weggeven aan de koning van de Amoriet:
   Sichon.

30


We beschoten ze,-
   verloren ging Chesjbon tot aan Divon;

verwoestten alles tot aan Nofach
dat reikt tot aan Medeva!’