Instellingen

13


In de ochtend staat Bileam op

en zegt tot de vorsten van Balak:
gaat heen naar uw land,
want geweigerd heeft de Ene
mij te gunnen dat ik met u meega!

14


De vorsten van Moab staan op

en komen aan bij Balak;
ze zeggen:
Bileam heeft geweigerd met ons mee te gaan!

15


Dan voegt Balak nog er aan toe

vorsten te zenden,-
talrijker en meer geëerd dan deze.

16


Ze komen aan bij Bileam;

ze zeggen tot hem:
zó heeft gezegd Balak, zoon van Tsipor:
laat u toch niet weerhouden
   naar mij mee te gaan!,

17


want met buitengewone eer zal ik u eren

en al wat ge tot mij zult zeggen zal ik doen;
ga dan toch mee, hoon voor mij
deze gemeente!

18


Bileam antwoordt

en zegt tot de dienaars van Balak:
al geeft Balak mij zijn huis vol zilver en goud,
ik zal niet bij machte zijn
om te doorkruisen de mond van de Ene,
   mijn God,-

voor het doen van iets kleins of iets groots!-

19


welnu,

zet u toch hier neer, ook gij, de nacht over;
dan zal ik weten
wat de Ene aan het spreken
   met mij zal toevoegen!

20


Dan komt God tot Bileam,

’s nachts,-
en zegt tot hem:
als deze mannen zijn gekomen
   om jóu te roepen,

sta dan op, ga met hen mee;
echter:
het woord dat ik tot jou zal spreken,
   dát zul je doen!

21


In de ochtend staat Bileam op

en zadelt zijn ezelin;
en hij gaat met Moabs vorsten mee.