Instellingen

18


Hij heft zijn spreuk aan en zegt:

sta op, Balak, en hoor!-
neig het oor tot mij, zoon van Tsipor!-

19


niet een man is God dat hij zou liegen,

een mensenzoon die spijt krijgt:
híj heeft iets gezegd en zou het niet doen?-
gesproken en zal niet gestand doen?-

20


zie, te zégenen, dat heb ik op mij genomen;

hij heeft gezegend en ik zal het niet keren;

21


niet wil hij onheil aanschouwen bij Jakob,

niet kan hij bij Israël verdrietelijkheid aanzien;
de Ene, zijn God, is mét hem,
geschal van een koning is bij hem;

22


God is het die hen uitleidde uit Egypte,-

hij is als de stootkracht
   van een buffel voor hem;

23


nee, géén slangenbezwering tegen Jakob,

géén gelukspijl tegen Israël;
gelijk op dit moment
te zeggen valt over Jakob, over Israël,
wat God heeft gewrocht:

24


zie, een gemeente staat op als een luipaard

en verheft zich als een leeuw;
hij gaat er niet liggen vóór hij roof eet
en het bloed van doorboorden kan drinken!