Instellingen

15


Hij heft zijn spreuk aan en zegt:

tijding van Bileam, zoon van Beor,
tijding van de kerel met het geopende oog;

16


tijding

van één die hoort de gezegden Gods,
die weet wat te weten is
   van hem-in-den-hoge;

die de aanschouwing van de Geweldige
   schouwt,

neervallend met de ogen ontbloot:

17


ik zie hem maar niet nú,

ik bespeur hem maar niet nabij:
een weg baant zich een ster uit Jakob,
opgestaan is een stamstaf uit Israël;
hij heeft de slapen van Moab versplinterd,
doorboord alle zonen van Set;

18


geworden is Edom tot erfgoed,

geworden tot erfgoed is Seïr,-
   eens zijn vijanden;

terwijl Israël kracht betoont;

19


er heerst er één uit Jakob,-

die wat ontsnapt uit de stad doet teloorgaan!