Instellingen

1


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

2


gebied de zonen en dochters van Israël

en zeg tot hen:
mijn toenaderingsgave, mijn brood,
   mijn vuuroffers,

een reuk die-tot-rust-brengt voor mij:
weest waakzaam
om die tot mij te doen naderen
   op de ervoor overeengekomen tijd.

3


Zeggen zul je tot hen:

dít is het vuuroffer
dat ge zult doen naderen tot de Ene:
volmaakte schapen, zonen van een jaar:
   twee per dag
   als een voortdurende opgangsgave;

4


het ene schaap maak je klaar in de morgen;

het tweede schaap
maak je klaar in de avondschemer;

5


een tiende maat volkoren
   voor een broodgift,-

gemengd met gestoten olijfolie,
   een kwart kan;

6


een voortdurende opgangsgave,-

zoals die eens klaargemaakt is
   op de berg Sinaï

als een reuk die-tot-rust-brengt,
een vuuroffer voor de Ene;

7


het plengoffer erbij: een kwart kan

bij het ene schaap;
in het heiligdom,
pleng daar een plengoffer van sterke drank
   voor de Ene;

8


het tweede schaap

maak je klaar in de avondschemer;
dezelfde broodgift als ’s morgens
   en dezelfde plenging daarbij
   zul je klaarmaken:

een vuuroffer, een reuk die-tot-rust-brengt
   voor de Ene!

9


Op de sabbatdag

twee volmaakte schapen, zonen van een jaar,
en twee tienden
volkoren voor een broodgift,
   gemengd met olijfolie
   en het plengoffer daarbij:

10


een sabbats-opgangsgave op zijn sabbat,

toegevoegd aan
   de voortdurende opgangsgave
   en het plengoffer daarbij!

••