Instellingen

1


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

2


wreek je

met de wraak van de zonen Israëls
op de Midjanieten;
daarná word je verzameld
   bij je manschappen!

3


Mozes spreekt tot de gemeente en zegt:

er moeten zich van bij u mannen toerusten
   voor de strijdschaar;

zij zullen over Midjan zijn
om de wraak van de Ene te geven
   in Midjan;

4


duizend per stam, telkens duizend per stam,-

voor alle stammen Israëls
zult ge uitzenden naar de strijdschaar!

5


Dus worden er uit Israëls
   duizendtallen geleverd:

duizend per stam;
twaalfmaal duizend zijn er
   als strijdschaar toegerust.

6


Mozes zendt hen, de duizend per stam,
   uit naar de strijdschaar,-

hén en Pinchas de zoon van Elazar
   de priester,
   naar de strijdschaar

met het gerei van het heiligdom
en de schetter-trompetten in zijn hand.

7


Zij strijden tegen Midjan

zoals de Ene Mozes heeft geboden;
ze brengen al wat mannelijk is om.

8


Ook de koningen van Midjan
   hebben ze omgebracht,
   bíj wie er van hen al doorboord waren:

Evi, Rekem, Tsoer, Choer en Reva,
de vijf koningen van Midjan;
ook Bileam, de zoon van Beor,
hebben ze omgebracht met het zwaard.

9


De zonen Israëls nemen de vrouwen
   van Midjan gevangen,

en hun kroost;
al hun vee, hun have, heel hun vermogen
   hebben ze meegeroofd.

10


Al hun steden daar waar zij gezeten zijn

en al hun omheiningen
hebben ze in het vuur verbrand.

11


Ze nemen alles aan buit

en al wat meeneembaar is,
bij mensen én dier, mee.

12


Dan komen ze

tot Mozes, tot Elazar de priester,
   en tot heel de samenkomst
   der zonen Israëls,

met wat gevangen is, wat meegenomen is,
   wat buitgemaakt is,
   naar de legerplaats,

naar de steppen van Moab
aan de Jordaan bij Jericho.
••

13


Mozes, Elazar de priester
   en alle verhevenen van de samenkomst
   trekken uit, hun tegemoet,

naar buiten de legerplaats.

14


Maar dan vergramt Mozes

tegen hen die over de krijgsmacht
   zijn aangesteld:

oversten van duizendtallen
   en oversten van honderdtallen

die aankomen uit de strijdschaar
   van deze oorlog.

15


Mozes zegt tot hen:

ge hebt al wat vrouwelijk is laten leven?-

16


zie, zíj zijn er door oorzaak van Bileam
   voor de zonen Israëls
   aanleiding toe geweest

dat ze trouweloos afweken van de Ene,
   in de zaak van Peor,

waardoor de doodsplaag er was
   in de samenkomst van de Ene.

17


Welnu,

al wat mannelijk is bij het kroost,-
   brengt het om;

en ook elke vrouw,
in mannelijke bijslaap door een man bekend,
   brengt die om!

18


Maar allen van het kroost bij de vrouwen

die nog niet bekend zijn
   met de mannelijke bijslaap,

laat die voor u in leven!

19


Zelf zult ge u

zeven dagen lang legeren
   buíten de legerplaats;

al wie een ziel heeft omgebracht
   en al wie een doorboorde heeft aangeraakt:

ge zult u ontzondigen
op de derde dag en op de zevende dag,
uzelf en uw gevangenen.

20


Ook elk gewaad en elk voorwerp van huid,
   al wat gemaakt is
   van geitenharen en elk voorwerp van hout,

zult ge ontzondigen!
••

21


Dan zegt Elazar de priester
   tot de mannen van de strijdschaar

die ten oorlog zijn gekomen:
dit is de inzetting van het onderricht
dat de Ene Mozes heeft geboden:

22


echt,

het goud en het zilver,-
het brons, het ijzer,
het tin en het lood,-

23


elk ding

dat in het vuur komt
zult ge door het vuur halen en het is rein;
echter
met ‘afzonderingswater’
   moet het worden ontzondigd;

en al wat níet in het vuur komt
   zult ge door het water halen;

24


wassen zult ge uw gewaden
   op de zevende dag
   en dan zult ge rein zijn;

daarna moogt ge binnenkomen
   in de legerplaats.