Instellingen

25


De Ene zegt tot Mozes,- hij zegt:

26


hef óp

het hoofdenbestand
   van wat meegenomen is aan gevangene

bij mens en dier,-
jij, Elazar de priester
en de hoofden-der-vaderen
   van de samenkomst;

27


in twee helften zul je dan
   wat meegenomen is delen

tussen hen die oorlog hebben aangevat,
die ter strijdschaar zijn uitgetogen,-
én heel (de rest van) de samenkomst.

28


Als heffing zul je een afdracht bepalen
   voor de Ene,-

uit
de mannen van de oorlog
   die ter strijdschaar zijn getogen:

één ziel
op vijf honderdtallen,-
van de mens en van het rundvee,
van de ezels en het wolvee.

29


Van hun helft zult ge die nemen,-

en geven aan Elazar de priester
   als heffing voor de Ene.

30


Van de helft voor de zonen Israëls
   zul je nemen
   één gegrepene op de vijftig:

van de mens, van het rundvee,
   van de ezels en het wolvee,
   dus van alle gedierte;

geven zul je hen aan de Levieten,
de wakers
ter bewaking van de woning van de Ene!

31


Mozes doet

en Elazar de priester ook,
zoals de Ene Mozes heeft geboden.

32


Dan wordt wat is meegenomen,

het overschot van de roof
die ze hebben meegeroofd,
   de manschap van de strijdschaar:

aan wolvee
zeshonderdduizend, zeventigduizend
   en vijf duizendtallen;

33


aan rundvee:

tweeënzeventigduizend;

34


aan ezels:

eenenzestigduizend;

35


aan mensenziel,-

van de vrouwen
die geen mannelijke bijslaap hebben gekend,
alle ziel:
tweeëndertigduizend.

36


Zo wordt de helft,

het aandeel
van wie zijn uitgetrokken in de strijdschaar:
wat het getal van het wolvee aangaat:
driehonderdduizend, dertigduizend,
zeven duizendtallen en vijf honderdtallen,

37


en wordt de afdracht voor de Ene
   uit het wolvee:

zes honderdtallen, vijf en nog zeventig;

38


van het rundvee:

zesendertigduizend,-
en de afdracht daaruit voor de Ene:
   tweeënzeventig;

39


van de ezels:

dertigduizend en vijf honderdtallen,-
en de afdracht daaruit voor de Ene:
   eenenzestig;

40


van mensenziel:

zestienduizend;
en de afdracht daaruit voor de Ene:
tweeëndertig ziel.

41


Dan geeft Mozes

de af te dragen heffing voor de Ene
aan Elazar de priester;
zoals de Ene Mozes heeft geboden.

42


En de helft voor de zonen Israëls,-

de helft die Mozes heeft genomen
van de mannen die gestreden hadden,-

43


de helft voor de samenkomst
   wordt uit het wolvee:

driehonderdduizend, dertigduizend,
zeven duizendtallen en vijf honderdtallen;

44


uit het rundvee:

zesendertigduizend;

45


uit de ezels:

dertigduizend en vijf honderdtallen;

46


uit mensenziel:

zestienduizend.

47


Mozes neemt van de helft
   voor de zonen Israëls

één gegrepene op de vijftig
van de mensen en het gedierte,-
en geeft die aan de Levieten,
de wakers ter bewaking van de woning van
   de Ene,-

zoals de Ene Mozes heeft geboden.

48


Nu naderen tot Mozes

zij die zijn aangesteld
over de duizendtallen van de strijdschaar:
de oversten van de duizendtallen en
   de oversten van de honderdtallen.

49


Zij zeggen tot Mozes:

uw dienaars hebben opgeheven
het hoofdenbestand van de mannen
   van de oorlog
   in onze hand,-

en er wordt bij ons geen man vermist!-

50


doen naderen zullen we

als de toenaderingsgave voor de Ene
per man wat men gevonden heeft
   aan voorwerpen van goud:

een ketting, een vlechtband,
een zegelring, een oorhanger en een kraal;
om verzoening te vragen over onze zielen
   voor het aanschijn van de Ene!

51


Dan neemt Mozes, en Elazar de priester ook,
   het goud van hen aan,-

elk voorwerp kunstig gemaakt.

52


Het wordt, alle goud van de heffing

die zij hebben geheven voor de Ene,
zestienduizend
   zevenhonderdenvijftig sikkel,-

van bij de oversten van de duizendtallen
en van de oversten van de honderdtallen.

53


De (gewone) mannen van de strijdschaar

hebben per man voor zich geplunderd.

54


Mozes neemt, met Elazar de priester,
   het goud aan

van de oversten van de duizendtallen
   en de honderdtallen,-

en zij komen ermee
   in de tent van samenkomst

als gedachtenis aan de zonen Israëls
   voor het aanschijn van de Ene.