Instellingen

9


Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt:

10


spreek tot de zonen Israëls en zeg:

stel, de een of andere man
   wordt een besmette
   door aanraking van een dode ziel

of hij is op een verre reis,-
bij u
of bij uw komende generaties:
klaarmaken zal hij evengoed
   een paasoffer voor de Ene;

11


in de twééde maand
   -op de veertiende dag in de avonduren-
   zullen ze het klaarmaken;

matses en bitterheden
   zullen ze er ook bij eten.

12


Niets mogen ze ervan overlaten
   tot ’s morgens

en geen been mogen ze eraan breken:
naar heel de inzetting voor het paasoffer
zullen ze het klaarmaken.

13


Maar de man die réin was
   en niet op reis is geweest

maar heeft nagelaten
   het paasoffer klaar te maken,-

weggesneden worde die ziel
   uit haar medemensen;

want de toenaderingsgave voor de Ene
heeft hij niet doen naderen
   op de daarvoor overeengekomen tijd,-

zijn zonde krijgt die man te drágen!

14


En stel, er is bij u een zwerver te gast,

en klaarmaken gaat hij
   een paasoffer voor de Ene,

naar de inzetting van het paasoffer
   en naar de regel daarvoor,
   zó zal hij het klaarmaken;

éénzelfde inzetting zal er voor u wezen,-
voor de zwerver-te-gast
   en voor de eigengeborene van het land!